Werkneemster met diagnose kanker mag niet in proeftijd ontslagen worden
Terug

"Een werkneemster die haar werkgever vertelt dat bij haar kanker is geconstateerd, wordt de dag erna per brief ontslagen in de proeftijd.

De Commissie Gelijke Behandeling oordeelt dat de werkgever daarmee een verboden onderscheid op grond van chronische ziekte maakt omdat hij niet kon aantonen dat hij géén verboden onderscheid maakte.

[...]

De CGB concludeert dat de feiten die de werkneemster aanvoert een ongeoorloofd onderscheid doen vermoeden. De werkgever moet daarom met bewijs komen dat hij géén verboden onderscheid heeft gemaakt. En dat lukt hem niet. Hij kan alleen maar aanvoeren – en niet bewijzen – dat hij nog van niets wist op het moment dat de brief verstuurd werd. Dat de te korte beoordelingsperiode de ontslagreden was, kan de werkgever ook niet bewijzen.

Chronische ziekte?
De Commissie oordeelt dat de ziekte van de werkneemster valt onder de noemer chronische ziekte. Op het moment dat de ziekte werd geconstateerd was niet duidelijk hoe langdurig deze zou zijn. Wel was duidelijk dat de werkneemster diverse behandelingen moest ondergaan en daarna nog lang onder controle van een arts zou moeten blijven.

[...]

Eindoordeel: discriminatie. En nu?
Het eindoordeel luidt dat er inderdaad sprake is geweest van een ongeoorloofd onderscheid. De vraag is nu wat de werkneemster met deze uitspraak wil, want een oordeel van de CGB is juridisch niet bindend. Het oordeel kan wel een rol spelen in een aanverwante rechtszaak; de rechter moet het oordeel van de CGB meenemen in de toelichting op zijn vonnis. Áls de rechter al afwijkt van het oordeel van de CGB dan mag dat alleen gemotiveerd."

Bron: P&O Actueel, mr. Ingrid Kooijman, september 2011.